NatuurGroep
Zoetermeer
Kwartaalbericht Nr.41 juli 2003
INHOUD
1. Van de redactie............................................................................... 3
BERICHTEN UIT DE PLANTENWERKGROEP...................................... 5
2. Op zoek naar de
vroegeling..................................................... 5
3. Een bezoek aan een
begraafplaats..................................... 5
4. Herfstachtige
sfeer in het Prielenbos............................ 5
5. De geur van appels
en mest..................................................... 7
6. Het van Tuylpark............................................................................ 7
7. Engels raaigras
(Lolium perenne)........................................ 7
GEZIEN IN ZOETERMEER:.................................................................... 11
8. De
orpheusspotvogel opnieuw in Zoetermeer........... 11
9. Twee topdagen voor
het waarnemen van insecten.. 11
10. Waarnemingen........................................................................... 12
11. Slakken en
schelpen in Zoetermeer: Driehoeksmossel 14
BUITEN DE VERENIGING...................................................................... 15
12. De laatste Stadsnatuurplan-plantenexcursies. 15
13. Buytenparkrapporten
eindelijk klaar..................... 15
14. Zoetermeer weer
eens op zoek naar zijn identiteit 16
15. De natuurtuin in
het westerpark bestaat 25 jaar 16
16. Het
Meervleermuizenonderzoek in Zuid-Holland. 21
17. Noordnieuws, juni
2003......................................................... 22
18. Natuur en
milieuagenda Zoetermeer.......................... 23
19. Namen............................................................................................ 26
20. Ik wil ook lid worden............................................................ 26
Index.............................................................................................................. 27
Ook in Zoetermeer schrijft de natuur geschiedenis.
Zij
zoekt haar journalisten,
want
zij bestaat slechts bij de gratie van wie haar ziet.
|
|
Doe
1x per 2 ΰ 3 weken 2 uurtjes mee met de plantenwerkgroep. Goeie
sfeer, boeiend, leerzaam, nuttig. Informatie: Evelien van den Berg, tel: 079-3213445 (18:00-19:30) |
Al weer meer dan tien jaar lang bent u gewend dit kwartaalbericht te ontvangen. Eerst als afdelingsblad van de KNNV en later als "clubblad" van de natuurgroep Zoetermeer. Hoewel ook veel natuurcommunicatie tegenwoordig digitaal plaatsvindt hebben we niet de indruk dat dit een blad als het onze overbodig maakt. Het doel zoals we dat 10 jaar geleden geformuleerd hebben: het documenteren en toegankelijk maken van de natuurhistorische kennis van de nieuwe groene groeistad Zoetermeer geeft ons kwartaalbericht tot op de dag van vandaag bestaansrecht.
|
|
|
|
|
Fig. 1 10 jaar Kwartaalbericht |
|
|
Bij het vorige kwartaalblad is een index met zon 6000 soortverwijzingen van alle voorafgaande kwartaalbladen bijgevoegd. In gebonden vorm met index vormt het een vierdelige toegankelijke bron voor onderzoek. In die vorm is het aangeboden aan de Gemeente met het verzoek dit werk in de openbare bibliotheek te willen plaatsen. Losse nummers kunnen voor 2,- worden nabesteld bij T.M.dejong@bk.tudelft.nl. De gebonden vorm kost 200,-.
Wim de Liefde heeft aangeboden een website voor ons te maken waarop alle kwartaalbaden kunnen worden geraadpleegd. De meeste zijn digitaal beschikbaar en verschijnen dit jaar op www.bk.tudelft.nl/urbanism/team. Op onze eigen website kan vervolgens daarnaar een link gemaakt worden.
Verder hebben wij contact gehad met de KNNV-afd. regio Delft. Daaruit is het volgende idee naar voren gekomen.
Onze
natuurgroep treedt toe tot de KNNV-afd. regio Delft en krijgt daarmee toegang
tot de website van deze KNNV-afdeling. Wat ons kwartaalblad betreft blijft
alles bij het oude, hoewel uitwisseling van interessante artikelen tussen beide
afdelingsbladen een interessante nieuwe optie is. Een vertegenwoordiger van
onze groep neemt zitting in het bestuur van de afdeling regio Delft zodat
bepaalde activiteiten op elkaar afgestemd kunnen worden. Zo zou er bijvoorbeeld
twee keer per jaar een gezamenlijke plantenexcursie georganiseerd kunnen
worden, afwisselend in Delft en in Zoetermeer. Daar tegenover staat dat leden
van de Zoetermeerse natuurgroep, die geen lid meer zijn van de KNNV, dat dan
weer moeten worden. Een gevolg daarvan is dan weer dat "Natura", dat
de laatste jaren een enorme kwaliteitsverbetering heeft doorgemaakt weer in de
bus verschijnt.
Het zijn nog maar ideeλn en er moet nog van alles nader uitgewerkt worden maar de redactie van het kwartaalbericht houdt zich aanbevolen voor reacties en/of commentaar. Dat kan door een berichtje te sturen naar het redactieadres: Marsmanhove 2 tel. 079 3516599 of een E-mailbericht naar T.M.dejong@bk.tudelft.nl te sturen.
BERICHTEN UIT DE PLANTENWERKGROEP
Op 17 april j.l. was het eerste avondje inventariseren van de plantenwerkgroep bestaand uit Evelien, Fred, Johan, Monique, Peter en Tilly. Doel van de avond was het gebied achter de wijktuinen in Rokkeveen, een zo'n 10 jaar geleden aangelegd gebied met een grote plas, grasvelden en boschages. Door het zeer droge voorjaar dit jaar zouden de planten later zijn dan vorige jaren zoals in de media en op "vroege vogels" werd gemeld.
Zoals altijd wordt er het eerste half uur veel stilgestaan omdat de lijst dan nog leeg is en er veel te melden valt zoals kleine veldkers, kruipende boterbloem, pinksterbloem en in het water sterrenkroos en de eerste blaadjes van de kikkerbeet. Het toch altijd voor de passanten wat merkwaardige gedrag van de groep, zoals bukken over plantjes in de berm, opzoeken in de flora, kneuzen van blaadjes en dan staat de hele groep eraan te ruiken.
|
|
|
|
|
Fig. 2 Vroegeling |
|
|
Dat geeft te denken en dit ontlokte dan ook iemand, uiteraard vergezeld door een hond, de opmerking dat het niet al te fris is in deze bermen. Ik kan niet anders zeggen dan dat ze hier gelijk in had want door de enorme aantallen honden die hier dagelijks worden uitgelaten en de weinige regenval is het ook niet altijd een even aangename bezigheid. Toch maar verder gegaan en ons bezig gehouden met zachte dravik, grote vossestaart, veld- draad- en klimop ereprijs. Al verder rondlopend kwamen we tot de conclusie dat de droogte inderdaad toch wel grote invloed had op het aantal aanwezige plantjes in deze tijd van het jaar. Veel planten staan nog in rozetvorm zonder bloemen. Een opmerkelijk feit deed zich voor, Johan wilde graag de vroegeling en die was niet te vinden. Zorgwekkend? Niet direct maar regelmatig werden we gewezen op het feit dat die nog steeds niet op de lijst voorkwam. Via de gras- en speelvelden ging de route verder de wijk in. Hier viel op dat er weinig planten aan de rand van de weg en tussen de verharding staan. Tegen het eind van het rondje was ie daar toch ineens, de vroegeling! Hij stond weliswaar in een niet erg onderhouden tuintje, althans onderhouden in de zin van Intratuin, maar de lijst werd direct bijgewerkt. Onder de conifeertjes van een tuin, wel onderhouden volgens het Intratuinconcept, kwamen we toch nog knopig helmkruid tegen. Na twee uur werd het schemerig en per fiets ging iedereen weer huiswaarts om drie weken later weer samen te komen voor een avondje inventariseren op de begraafplaats aan de laan van Hofrust en wel op 8 mei.
Met zijn zessen inventariseren op de begraafplaats aan de Hoflaan op 8 mei. Waarom op een begraafplaats? Deze al jarenlang ingerichte rustplaats kent grote stukken parkachtig landschap waar de plantengroei binnen zekere grenzen haar gang kan gaan en niet gestoord wordt door publieke invloeden zoals we die kennen uit de woonwijken en parken. Dit was direct te merken aan de vondst van een paar gave zwammen zoals de zadelzwam, de bleke franjehoed en het elfenbankje. Het gebied vormt ook als het ware een witte plek op onze kaart van inspanningen om het gehele Zoetermeerse gebied voor wat betreft de wilde planten te inventariseren. Vooral tussen de boom- en struikpercelen en langs de waterpartijen zijn veel wilde planten te vinden zoals gele morgenster, gewoon biggenkruid, schijnaardbei, scherpe en kruipende boterbloem, gewone dotterbloem en diverse ereprijsjes.
|
|
|
|
|
Fig. 3 Grote keverorchis |
|
|
Ook is hier een groeiplaats van de grote keverorchis en daar hebben we er maar twee of drie van in heel Zoetermeer. Daarnaast biedt de recentelijke uitbreiding weer een grote kans op het vinden van pionierplanten. De witte krodde, grote zandkool (het gekneusde blad heeft een duidelijke fietsbandgeur dus weer allemaal even ruiken), diverse meldes, geknikte vossestaart en gele kamille waren hier te vinden evenals peen en pastinaak. Op het dammetje dat de gemeente heeft aangelegd van het nieuwe gedeelte naar het fietspad staat massaal de gevlekte scheerling. Een waarschijnlijk met het dammateriaal aangevoerde plant daar hij direct naast het damlichaam ook niet meer te vinden is. Teruggewandeld naar het oude gedeelte en daar troffen we de eerste mooie exemplaren aan van de brede orchis terwijl de eerste jacobsvlinder hier zijn rondjes vloog. Begeleid door de koerende geluiden van de Turkse tortel, de houtduif en de zomertortel, zijn we zoetjes aan weer teruggewandeld naar de ingang, in het voorbijgaan de schapenzuring toevoegend aan onze lijst.
Op deze avond voor de wind uit op de fiets naar ιιn van de uithoeken van Zoetermeer voor een avondje inventariseren met de plantenwerkgroep. Hoewel de kalender inmiddels 22 mei aangeeft staat er een stevige zuidwester met windkracht 7 over de plas zodat we het gevoel hebben dat het herfst is. Versterkt met Sinie gaat de wandeling door het Prielenbos. Een erg nat met populieren en wilgen begroeit stukje Zoetermeer waar de natuur enigszins vrij haar gang kan gaan met het karakter van een broekbos. Over de door de gemeente aangelegde wandelpaden, deels van houtsnippers en deels van knuppels, voorzien van gaas tegen het uitglijden, werd een rondje gelopen. Aan het begin van de wandeling viel ons het fraai verkleurde blad op van de ridderzuring. Door een gal waren ze bezaaid met een mozaοek van bruine vlekken met een gele rand. Door de vele regen stond op veel plaatsen de dooiergele mestzwam te pronken op het pad. Op de avondjes inventariseren krijgen niet alleen de planten maar ook vogels, insecten en paddestoelen steeds meer aandacht wat het meer en meer aantrekkelijker maakt.
Zadelzwam, blote billen zwam en wimperzwammetjes werden uitgebreid bekeken terwijl ook bekerzwammen, vezelkopje, kale inktzwam en de eerste russula's om aandacht vroegen. Op een met veel riet begroeid hooilandje stond de brede orchis vol in bloei tezamen met de echte koekoeksbloem. Een enkel exemplaar van de rietorchis was ook al te vinden. Tussen de bomen, in het "bos" kwamen we gewone ereprijs, wolfspoot, dagkoekoeksbloem, donkere ooievaarsbek en moeraszegge tegen naast de gewonere soorten als diverse boterbloemsoorten, pinksterbloem, zuringen en distels. Merkwaardig genoeg stonden hier ook weer enige planten die zich waarschijnlijk niet vanzelf hadden gevestigd zoals puntwederik, late guldenroede en de uit tuinen bekende gevlekte dovenetel met bont blad. De direct naast het pad "gepote?" daslook spande hierbij de kroon.
|
|
|
|
|
Fig. 4 Daslook |
|
|
Even merkwaardig is het dat hier de watermunt ontbrak. In het gedeelte waar wat minder bomen staan stond de echte valeriaan en het koninginnekruid dat zo'n 60 jaar geleden een tijdje leverkruid moest heten van de Duitse bezetter. In het glasheldere water van de sloten stond heel fraai sterrenkroos. De eendekroossoorten, klein kroos en bultkroos zijn in deze tijd van het jaar vaak niet van elkaar te onderscheiden dus daar hebben we ons maar niet aan gewaagd. Drie varensoorten konden op naam gebracht worden, brede stekelvaren, mannetjesvaren en eikvaren.
Hoewel het zo hard waaide dat veel vogels hun gezang nauwelijks lieten horen maakte Peter ons opmerkzaam op het gezang van de snor. De koekoek liet zich ruimschoots horen, evenals grasmus, tjiftjaf, kleine karekiet en winterkoninkje. Een fraai exemplaar van de groenwitte spanner, een nachtvlinder moest van de groep ook in dit stukje worden vermeld.
Duidelijk is te zien dat de kaalslag die men had verricht voor de realisering van het plan Wielewaal met rasse schreden door de natuur te niet wordt gedaan. De wilgen nemen al snel weer bezit van het gebied. Maar die zullen de groene kikkerconcerten niet verstoren die ons op onze tocht zo vrolijk begeleidden. De zomereik begint aan een langzame opmars en is her en der als spontane opslag te bewonderen evenals de vogelkers en de vuilboom. Een zo'n nat gebied biedt veel leuks aan een "echte" mossenkenner die helaas in een groepje ontbreekt maar een bekermossoort (Cladonia spec, welke?) trok wel de aandacht evenals diverse kortmossoorten. Na het eerste rondje werd nog een tweede lus door het gebied gemaakt waarbij we de rozet van een kruiskruidsoort nog niet op naam konden brengen. Door Peter werden we op de roodkopvuurkever gewezen en met het geluid van een luid roepende grutto ging ieder van de groep weer huiswaarts. Weer wat "kennis der natuur" rijker.
Het was weer een "ouderwetse" plantenwerkgroepavond die 5e juni. Dat betekent een strak blauwe lucht, windstil en heerlijk warm. We waren met z'n vieren, Evelien, Monique, Sinie en ik en we besloten Fred's verzoeknummer, het maken van vegetatieopnamen in een aantal interessante pq's in het Buytenpark vanwege zijn afwezigheid uit te stellen tot een later moment. Wij hebben als alternatief het Buytenpark voor zover dat in Km-hok 30.57.12 valt "gestreept".
De ruige begroeiing van het Buytenpark is voor floristen weinig verrassend, een heel scala aan ruige grassen en vooral heel veel brandnetels. Leuk is te zien dat de gewenste struweelvorming inmiddels op gang is gekomen. Prachtig bloeiende vlieren en de regelmatig opgeschoten egelantiers bepalen hier en daar het beeld.
|
|
|
|
|
Fig. 5 Egelantier |
|
|
De egelantier is de wilde roos die we vooral uit de kalkrijke duinen kennen met de donkerroze bloemen en de glimmende blaadjes die naar appeltjes ruiken als je ze fijnwrijft. Uitstekend waren de opmerkelijk krachtig vliegende distelvlinders te bewonderen die bezig waren met territoriumgevechten rond de stammenrillen bij de ingang. Van rondvliegende Jacobsvlinders kijken we al niet eens meer op, terwijl ze nog niet eens zo lang geleden in Zoetermeer niet voorkwamen. De rijk bloeiende grassen vallen in deze maand vooral op. Toen een stuk langs de natuurvriendelijke oevers gelopen met aldaar het bijna complete russengezelschap en natuurlijk ook gewoontegetrouw veel watergras. Verrassend was dat we hier op een groene kikkerconcert werden getrakteerd! Vervolgens talrijke atalanta's gesignaleerd, afgevlogen exemplaren zoals Peter dat zou zeggen, die volop met hun rituλlen bezig waren, we hebben zelfs een paring kunnen waarnemen! Ook dit keer weer bij en langs een stammenril! Nog even het fietspad richting Stompwijk gevolgd en daar bij het bruggetje over de ringsloot grote watereppe, moerasvergeet-mij-nietje en watermunt gezien. De meststank was hier bijna ondragelijk, een machine was bezig met het injecteren van mest in de bodem, en we besloten maar snel weer "de stad in te vluchten". Bij de kraal aangekomen werden we nog getrakteerd op een door Sinie meegebracht kopje thee, hartelijk dank daarvoor.
Op haar omzwervingen in Zoetermeer deed de plantenwerkgroep op 19 juni 2003 een rondje van Tuylpark. Een park dat langzaamaan steeds verder wordt opgeslokt door wegenbouw, sportvelden, een nieuwe ijshal, waar weer een nieuwe afslag voor moet worden aangelegd en het vernieuwde zwembad Het Keerpunt. Aan geasfalteerde vlaktes is hier geen gebrek net zo min als aan grote betegelde gebieden.
Maar valt er dan wel wat te zien voor zo'n groepje plantenzoekers. Toch wel zoals zal blijken.
Als eerste wordt het fraaie sedumdak bewonderd dat op het zwembadgebouw ligt. Ziet er mooi uit vanaf de straat. Zou je eigenlijk eens bij moeten kunnen. Bij de nieuwe fietsenstalling stond zeer fraai een grote bolletjes raket te bloeien. Eιn van die soorten die we niet vaak tegenkomen in Zoetermeer. Op een kruldistel vonden we drie soorten hommels, akker-, weide- en aardhommel die we eens op ons gemak konden bekijken. Langs het steakhouse via het gebied met de hogere bomen en onderweg onder andere Sint janskruid en Kaal knopkruid noterend, naar de plas gelopen. Water trekt altijd aan. En zelfs bij deze oevers met een hoge steile beschoeiing valt er wel wat te zien. Hier en daar zijn er kleine plankjes aangebracht zodat de waterdieren ook het land op kunnen. Helaas neemt de els hier veel uitzicht op het water weg maar lantaarntje en houtpantserjuffer gebruiken die weer als rustplaats wat het bekijken makkelijker maakt. Het vissen naar waterplanten leverde nu de zittende zannichellia op, een Nederlandse naam ontbreekt. Het was overigens wel de enige plant die er te vissen viel. Langs de waterrand verder wolfspoot, watermunt, platte, zeegroene en zomprus. De laatste werd door Evelien en Fred aan een nader onderzoek onderworpen aan de hand van de flora. Zo van "Wat is nu toch een spitsblad met een uit de top tredend spitsje". Met wat plaatjes kom je er wel uit. Door de herrie van de Oostweg was er weinig aan vogelgeluid te horen maar een prachtig duikend visdiefje maakte weer veel goed. Langs het scoutinggebouw op naar die Oostweg. Hier is indertijd de eerste brede wespenorchis van Zoetermeer gevonden.
|
|
|
|
|
Fig. 6 Bleekgele droogbloem |
|
|
Zoals Johan vertelde was dit een bijzondere happening indertijd. Na veel zoeken zowaar nog een exemplaar gevonden. Het talud van de nieuw aan te leggen afslag gaf een scala aan pionierplanten te zien die hier spontaan hun plekje hadden gevonden. Verderop bij de ijshal was de berm keurig ingezaaid door de gemeente en dat was een geheel andere aanblik. Op het talud van de nog aan te leggen afslag vonden we onder meer witte krodde, paarse dovenetel, ingesneden dovenetel, zwaluwtong, zwarte mosterd, rood guichelheil, hoenderbeet, kleine klaver, klaproos en herik.
Een prachtig geel bloeiende vlakte. Op de zwaluwtong waren fraai de poppen van het lieveheersbeestje te zien. En passant werd de boomhommel ook nog even bewonderd. En wat staat er dan in de door de gemeente ingezaaide berm? Een totaal ander beeld van reuze-exemplaren van keizerkaars, margriet, kaardenbol, pekanjer, radijs, gele kamille, peen, klein streepzaad en gewonere exemplaren zoals akkerdistel, smalle weegbree ( ca 50 cm hoog) en timoteegras. Het verschil in planten en aanblik is dus nogal groot tussen een wel of niet door de gemeente ingezaaid gedeelte van een berm. Of je daar blij mee moet zijn dat laat ik aan de lezer over, maar bij het overgrote deel van de Zoetermeerders zal de ingezaaide berm met zijn tientallen metershoge keizerkaarsen wel de voorkeur genieten.
Op de parkeerplaats stond een eenzaam hazenpootje, Terugwandelend werd langs de wateroever de kleine lisdodde vergeleken met de aan de andere van de plas groeiende grote lisdodde. De kleine heeft veel smallere bladen en de bloeiwijze is anders. Het bovenste mannelijke gedeelte van de aar en het onderste vrouwelijke gedeelte zijn niet tegen elkaar gegroeid op de stengel maar een stukje van elkaar af.
Via de oude, in onbruik geraakte fietsenstalling waar bleekgele droogbloem tussen de tegels groeit (Ja Evelien niet te vroeg weggaan, die heb je gemist) werd het startpunt weer bereikt.
het meest voorkomende gras dat maar al te vaak over het hoofd wordt
gezien.
Juni staat bekend als grasmaand. De tientallen grassoorten die in het stedelijk gebied van Zoetermeer voorkomen bezorgen ons, leden van de plantenwerkgroep ieder jaar weer de nodige hoofdbrekens.
|
|
|
|
|
Fig. 7 Engels Raaigras (lolium perenne) |
|
|
Een blik in de databank leert dat de bloeiende gestreepte witbol door de jaren heen het meest wordt waargenomen in Zoetermeer (118 keer in 38 KM-hokken). Toch is het aannemelijk dat dit schijn is of zoals je ook kunt zeggen een inventarisatie-effect! In oppervlak wint het Engels raaigras het glansrijk van de gestreepte witbol! De nog resterende Zoetermeerse weilanden, alle sportvelden en anderzins veel belopen en gemaaide graslanden (inclusief tuingazons) bestaan voor het overgrote deel uit Engels raaigras. Door het vele en vroegtijdig maaien treffen we dit gras echter maar sporadisch bloeiend aan wat de verklaring is voor de onderwaardering in onze databank.
Naam
Dit raaigras werd in de 17e eeuw op grote schaal in Engeland gecultiveerd wat de Nederlandse naam verklaart.
De latijnse soortnaam perenne betekent overblijvend, hoewel van Engels raaigras bekend is dat het niet erg winterhard is en dat is tevens zo'n beetje het enige minpuntje. Strenge winters zorgen dan ook voor de nodige uitval. Tegenwoordig zijn voor allerlei toepassingen aparte rassen beschikbaar. Zo zijn er rassen die speciaal geselecteerd zijn voor sportvelden met namen als "Mondial" en "Montreux", "Titus" voor openbaar groen, "Compliment" als voedertype en "Rival" speciaal voor boomgaarden. Het cultiveren van deze soort is tot op de dag van vandaag doorgegaam en gebeurt tegenwoordig zowel in Europa als in Amerika.
Herkenning
Engels raaigras is een lage in de zomer bloeiende soort zonder wortelstokken en worteluitlopers. De soort heeft een "platte", iets gekromde, onvertakte groenbruine bloeiaar. De bladen zijn onbehaard, glanzend en hardgroen. De bladen hebben spitse oortjes en een klein afgeknot tongetje; opvallend is dat de stengelbasis purperrood van kleur is.
Oorspronkelijk verspreidingsgebied
Van oorsprong heeft Engels raaigras een klein verspreidingsgebied rondom de Noordzee in het gematigde, vochtige klimaatgebied van Europa: Engeland, Denemarken, Noord-Duitsland, Nederland en Noordwest-Frankrijk. In al deze landen is dit gras dan ook onder de naam raaigras (rye-grass, raigras, ray-grass) bekend. Van nature zou de soort in Nederland vrij zeldzaam zijn en de verspreiding zou zich hoofdzakelijk beperken tot de uiterwaarden langs de grote rivieren.
Invloed van het gebruik op de verspreiding
De gunstige eigenschappen van dit onopvallend gras zijn reeds lang geleden ontdekt. Engels raaigras is voedzaam en tevens goed bestand tegen begrazing, betreding, vertrapping en (over)bemesting. Door zware bemesting heeft dit gras ook op zand en veengrond een overheersende positie verworven. In de veehouderij staat de soort door haar ongeλvenaarde voedingswaarde in hoog aanzien. De boer zaait het dan ook veelvuldig in, maar ook in stedelijk Zoetermeer worden gazons en sportvelden ingezaaid met mengsels waarin Engels raaigras sterk is vertegenwoordigd.
Uit dit alles mag duidelijk zijn dat de menselijke cultuur heeft gezorgd voor de enorme uitbreiding van het natuurlijk verspreidingsgebied van deze soort. Door invoer in andere werelddelen is Engels raaigras langzamerhand zelfs een kosmopoliet van de gematigde streken geworden.
Stedelijke standplaatsen
Naast het gebruik ten behoeve van allerlei menselijke voorzieningen in het stedelijk gebied is voor ons met name de "natuurlijke verspreiding" van belang. Zo treffen wij Engels raaigras vooral aan op weinig belopen plaatsen tussen stenen van trottoirs, perrons, parkeerplaatsen en aan weg- en stoepranden. De soort wordt op die plekken vaak vergezeld door grote weegbree, straatgras, veldbeemdgras en varkensgras.
Op 17 juni 2003 om kwart over twaalf ontdekte ik tegenover de Fordgarage aan de Zwaardslootseweg in het omheinde terreintje op 20 meter van de weg bij het parkeerterrein en de volkstuintjes voor de tweede keer (zie kwartaalblad 25 blz 21) in Zoetermeer de orpheusspotvogel. De vorige dag had ik hem in hetzelfde terrein niet gehoord, terwijl ik daar toch vrij lang aan het inventariseren was. Omdat het geen kwetsbaar terreintje was besloot ik om half ιιn hem op de vogellijn te zetten en Marcel van der Tol te tippen. Marcel kon hem dezelfde dag nog op de tape zetten en fotograferen. Op 17 juni zong hij in gezelschap van de bosrietzanger waarmee hij wel eens wordt verwisseld. Beide soorten verwerken musachtige tonen in hun zang. De opbouw van de zang is echter heel verschillend. Vanaf 17 juni zingt hij elke dag en komen er vogelaars van heinde en verre om hem te horen en te zien. Zelf had ik een leuk moment op 19 juni, toen ik s-middags ging kijken en er geen vogelaar te zien was. De orpheusspotvogel zong toen in gezelschap van de spotvogel en de braamsluiper. Tussen die drie vogelzangen is een wereld van verschil.
Zondag 22 juni belde Marcel van der Tol mij op om te melden dat inmiddels in hetzelfde terrein een tweede orpheusspotvogel was gesignaleerd. Op mijn beurt heb ik op 22 en 23 juni inderdaad twee mannetjes horen zingen.
Deze waarnemingen in Zoetermeer hangen samen met een kleine influx van orpheusspotvogels in Nederland. Vanaf 17 juni zijn er tenminste drie orpheusspotvogels in Limburg gezien. Eigenlijk kun je zeggen dat er tegenwoordig elk jaar wel een orpheusspotvogel in Nederland wordt waargenomen. De soort heeft in Nederland ook al een keer gebroed. De toeneming valt te verklaren door de opwarming van het klimaat. Het is nu in Frankrijk abnormaal warm. Hij wordt gewoonlijk talrijk vanaf midden-Frankrijk ten zuiden van Orlιans.
De eerste orpheusspotvogel in Zoetermeer ontdekte ik op 3 mei 1999 achter mijn huis in een plantsoen. Deze vogel bleef slechts ιιn dag en kon door zon vijftien vogelaars tot half negen s-avonds zingend worden waargenomen.
Sommige dagen springen er uit wanneer je dagelijks de natuur waarneemt. De meeste dagen zijn tamelijk saai. Maar dat wordt ruimschoots vergoed door een topdag. Zon dag wordt gekenmerkt door een niet te hoge en een niet te lage temperatuur, door de luchtvochtigheid en de wind. Vaak zie ik s-ochtends al wat voor dag het wordt. Ik wil verslag doen van twee topdagen in afgelopen seizoen.
Op 13 juni was ik in het Buytenpark. De zon scheen, er was een westenwindje en de temperatuur was maximaal 22oC. Ik deed enkele heel leuke waarnemingen, te beginnen bij de libellen. Ik zag de glassnijder (brachytron pratense), een kwetsbare soort. Vervolgens had ik een prachtige keizerlibel (anax imperator). Deze libel neemt de laatste vijf jaar opvallend toe in Zoetermeer. Verder zag ik een blauwe glazenmaker (aeshna cyanea) en twaalf gewone oeverlibellen (orthetrum cancellatum). Bij de gegraven poeltjes in het Buytenpark zaten twee platbuiken (libellula depressa) die ik voor die tijd sporadisch zag.
Heel mooi trokken 10 distelvlinders in 20 minuten tijd als een turbo in noordoostelijke richting, terwijl er 6 rustig zonder enige trekdrift aan het fourageren waren. Naast die fouragerende distelvlinders waren er ook nog 3 gehakkelde aurelias, 1 kleine vos, 1 atalanta, 1 icarusblauwtje, 2 bruin zandoogjes en 5 groot koolwitjes aanwezig. Daarnaast had ik 10 klein koolwitjes en 4 klein geaderd witjes.
Nu de zweefvliegen. De volucella bombylans zag ik nu voor het tweede jaar in het Buytenpark (eerder zag ik ze ook in het Westerpark en het Balijbos), maar nu zag ik hem voor het eerst baltsen met een wijfje in de buurt. Het wijfje was van de variatie plumata. Dat betekent dat deze soort zich nu waarschijnlijk voortplant in Zoetermeer. De volucella zonaria poda heb ik dertien jaar in Zoetermeer gevolgd (zie Wely, P. van (1997) Volucella zonaria poda in Zoetermeer (Utrecht) Natura, 94e jaargang no. 2 ISSN 0028-0631), maar ik heb ze nog nooit zien baltsen. Daarom twijfel ik aan de bewering dat deze soort inheems is in Zoetermeer. De volucella pellucens, de meest algemene in Zoetermeer zie ik elk jaar in behoorlijke aantallen baltsen.
De tweede topdag was een superdag: 21 juni 2003, de langste dag met een temperatuur van gemiddeld 18oC en een west-noordwesten windje in het Westerpark:
|
aantal |
soort |
|
opm. |
||
|
58 |
gehakkelde aurelia |
polygonia c-album |
record! |
||
|
35 |
atalanta |
vanessa atalanta |
|
||
|
18 |
distelvlinder |
cynthia cardui |
|
||
|
12 |
kleine vos |
aglais urticae |
eerste generatie |
||
|
19 |
klein koolwitje |
pieris rapae |
tweede generatie |
||
|
2 |
klein geaderd witje |
pieris napi |
tweede generatie |
||
|
>300 |
bruin zandoogje |
maniola jurtina |
|
||
|
10 |
keizerlibel |
anax imperator |
|
||
|
1 |
blauwe glazenmaker |
aeshna cyanea |
|
||
|
42 |
gewone oeverlibel |
orthetrum cancellatum |
|
||
|
16 |
|
volucella
pellucens |
ca. 50%
baltsend |
||
|
1 |
|
volucella
bombylans |
|
||
|
2 |
|
volucella
zonaria |
|
||
|
2 |
boomhommel |
bombus hypnorum |
|
||
|
30 |
weidehommel |
bombus pratorum |
|
||
|
22 |
akkerhommel |
bombus pascuorum |
|
||
|
15 |
aardhommel |
bombus terrestris |
|
||
|
>6 |
kleine aardhommel |
bombus lucorum |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
Fig. 8 Insecten waargenomen op 21 juni 03 in het Westerpark door Peter van Wely |
|||||
|
|
|
|
|
||
In Kwartaalblad 38 blz. 19 van vorig jaar juichte ik nog bij een maximum van 20 gehakkelde aurelias op ιιn dag in het jaar 2002, maar vandaag zag ik er dus 58, waarvan 8 exemplaren op ιιn braamstruik van hooguit 2 bij 1 meter. In de 80er jaren was de soort nog zeldzaam in het westen. Ik zag er toen in 10 jaar slechts 3 keer 1 exemplaar! De opmars is in de 90er jaren begonnen. Ik had toen nooit kunnen vermoeden dat ik er nog eens 58 op ιιn dag zou waarnemen.
Aan de atalantas en distelvlinders kun je zien dat het trekvlinders zijn. Je ziet namelijk bij die 35 atalantas en die 18 distelvlinders totaal afgevlogen exemplaren die er al honderden kilometers hebben opzitten naast puntgave nakomelingen van de eerste migranten.
Van de ca. 300 bruin zandoogjes zag ik 10 mannetjes op 1 wijfje. Die verhouding verandert de komende weken in het voordeel van de wijfjes. Dit valt te verklaren doordat de mannetjes bijna 3 weken eerder gaan vliegen dan de wijfjes. Later zie je dan afgevlogen mannetjes naast puntgave wijfjes. Sommige soorten zoals de citroenvlinder, de dagpauwoog, het groot koolwitje, argusvlinder, icarusblauwtje ontbreken omdat ze al zijn uitgevlogen. Het wachten is op de nieuwe generatie.
Door de lange periode van warm weer is alles eerder uitgevlogen, maar sommige soorten gaan ook eerder vliegen dan normaal. Een prachtig voorbeeld hiervan was dat ik met de plantenwerkgroep in het Van Tuylpark op donderdag 19 juni een houtpantserjuffer (lestes viridis) zag. Dit is uitzonderlijk, want in de boeken staat de eerste datum van deze juffer over een heel lange periode van jaren genoteerd op 4 juli.
Op 8 april vloog een ijsvogel op uit de middenberm van de Oostweg hoek Bleiswijkseweg die vervolgens werd aangereden. De dierenambulance heeft dit verkeersslachtoffer naar het dierenpension "De Wulp" in Den Haag gebracht.
Van Jan Rensink, de beheerder van de natuurtuin in het Westerpark kregen we een melding van de Prachtschubwortel (Lathraea clandestina) in het griend.
|
|
|
|
|
Fig. 9 Prachtschubwortel |
|
|
Tilly fotografeerde deze zeldzame soort op 17 april j.l. Over deze boeiende soort nog wat aanvullende feiten ontleend aan een artikel van Hein Koningen uit "Oase" van de herfst 2002:
Prachtschubwortel is een ondergronds levende soort die vroeg in het voorjaar (februari) haar bloeistengels omhoog zendt die dan als witte schubbige kopjes boven de grond verschijnen. Vervolgens kan deze merkwaardige soort maandenlang rijk bloeien met grote paarse bloemen. Na de bloei trekt ze zich terug onder de grond om dan het volgend voorjaar weer te verschijnen. Na een strenge winter kan de plant in omvang en dichtheid afnemen, ze bloeit dan minder uitbundig en komt later te voorschijn. Haar zuidelijker oorsprong zou hiervoor de verklaring zijn. De plantenwerkgroep heeft de indruk dat deze bijzondere plant de natuurtuin niet op eigen kracht heeft weten te bereiken. In die zin past deze zeldzame, "aaibare" soort in het rijtje: slanke sleutelbloem, beemdooievaarsbek, prachtschubwortel.
Muskuskruid (adoxa moschatellina) op 21 april door Tilly en Wim aangetroffen in het vorig jaar gesnoeide openbaar groen dat volkstuincomplex Seghwaert omzoomt.
|
|
|
|
|
Fig. 10 Muskuskruid |
|
|
De soort stond verspreid over verschillende groeiplaatsen. Navraag bracht aan het licht dat hier "bosgrond" uit het Zuiderpark in Den Haag is verwerkt!
Op tweede paasdag, 21 april nam Peter van Wely een zwervende oranjetip waar in het Westerpark. Ook vorig jaar al werd deze interessante soort door Anja van Beek waargenomen.
Op 23 april zagen Ies Voogd, Gerard Planjer en Marcel van der Tol een wezel in het Buytenpark op de asfaltweg tegenover de bakstenen muren.
Peter van Wely meldde een Glassnijder bij de puinmuurtjes in het Westerpark (en later in het Buytenpark, zie paragraaf 9).
De vuurjuffer werd voor het eerst in 2001 waargenomen in het Westerpark en vervolgens in 2002 in de tuin van Evelien in Meerzicht. Dit jaar werden ze op beide locaties opnieuw waargenomen. Bij het vijvertje in de tuin van Evelien zit een kleine populatie. De meeste kans om ze waar te nemen is vanaf ongeveer 25 april tot 15 juni.
Al jaren bereiken ons berichten over "zingende" rugstreeppadden uit Noordhove. Het definitieve bewijs, een foto, ontbrak echter tot op heden. Op 7 juni j.l. echter heeft Wesley Overman 10-20 rugstreeppadden langs de Schansbaan horen roepen en ook foto's gemaakt (zie hieronder).
|
|
|
|
|
Fig. 11 Rugstreeppad |
|
|
Verder meldde hij dat ze 's avonds vanuit de berm van de Schansbaan naar het water lopen en het schelpenpad oversteken. Marcel van der Tol heeft geluidsopnamen gemaakt.
Ook riep er eentje op het meest oostelijk gelegen eiland in de Benthuizerplas. Het meest ideale biotoop van deze pioniersoort: ondiep, snel opwarmend water met een zandige bodem met weinig begroeiing.
Tijdens ιιn van onze plantenzoektochten op 19 juni j.l. troffen we op een in onbruik geraakt fietsenparkeerterrein in het van Tuijlpark een enorme groeiplaats van Bleek-gele droogbloem aan. Het gaat zeker om enkele honderden exemplaren.
Lodewijk van Duuren
Dit keer is een vertegenwoordiger van de tweekleppigen aan de beurt in
de serie slakken en schelpen van Zoetermeer. De driehoeksmossel is een zoetwatermossel die in de negentiende eeuw in Nederland is
ingevoerd.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Fig. 12
Driehoeksmossel en zijn spreiding |
|
|
|
|
Namen
Dreissena polymorpha (Pallas, 1771) is de volledige wetenschappelijke naam. De
genusnaam Dreissena houdt de herinnering aan de in 1782 in Sittard geboren
apotheker Johannes Henricus Driessens (later Dreissen genoemd) uit Maaseyck
levendig. Hij verzamelde een exemplaar van de driehoeksmossel en zond die aan
de geleerde P.J. van Beneden. Hij soortstoevoegsel polymorpha duidt op de
veelvormigheid van de schelp en is afgeleid van het Griekse polys=veel en
morpha=vorm.
In 1769 beschreef Pallas voor het eerst de populaties van deze soort
van de Kaspische Zee en de Oeral rivier.
De Nederlandse naam slaat op de vorm van de schelp (driehoekig) en de
gelijkenis met de in zee levende eetbare mossel. Hij lijkt niet alleen in vorm,
maar heeft ook de vorming van byssusdraden (hechtdraden) met deze soort gemeen.
Bij weinig begroeide, maar vooral bij jonge exemplaren is de buitenzijde van de
schelp voorzien van een fraaie zigzagtekening (zie foto). Daarom draagt hij ook
de naam zebramossel.
De Duitse, Engelse en Franse namen (Dreikantmuschel, Zebra Mussel en La
moule zιbrιe) benoemen dezelfde eigenschappen als de Nederlandse namen.
Beschrijving
De driehoeksmossel is een dier met twee onregelmatig driehoekige
schelpen (een tweekleppige dus). Het heeft wel iets weg van een gewone mossel,
maar is veel kleiner (lengte 40 mm, breedte 20 mm en dikte 24 mm). Aan de
binnenkant van de schelp is onder de top een zogenaamd septum aanwezig, de
aanhechtingsplaats van de voorste sluitspier. Zoals bij de naam al is vermeld,
heeft de buitenzijde van de schelp soms een fraaie zigzagtekening.
Herkomst en voorkomen
De driehoeksmossel is van oorsprong niet inheems in Nederland. In de
negentiende eeuw is de soort Nederland binnengekomen. Nadat in de achttiende
eeuw het Oginski kanaal werd gegraven, kwam de soort in het stroomgebied rond
Zwarte en Kaspische Zee terecht. Van daar kon de soort zich gemakkelijk over
het zoete water van heel Europa verspreiden. De eerste Nederlandse waarnemingen
stammen uit 1826. In 1985 is de soort ook in de grote meren van de Verenigde
Staten terechtgekomen, waar hij zich snel uitbreidde en grote problemen
veroorzaakte.
Ecologie
Dreissena polymorpha komt voor in de grote wateren, zoals rivieren,
kanalen, meren en brede sloten. Landelijk gezien is het een algemene soort (zie
kaart). In Zoetermeer vond ik slechts ιιn leeg doublet in de aan de kant
geworpen modder van de Ringsloot van de Zoetermeersche Meerpolder. De
driehoeksmossel is in bezit van byssusdraden. Met deze draden, die aan de
uiteinden van hechtschijfjes zijn voorzien, kunnen de volwassen dieren zich aan
het substraat vasthechten. De soort heeft een kortdurend zwemmend larvaal
stadium en als volwassen dier een vasthechtte levenswijze. Zij vestigen zich
graag op een stevige ondergrond zoals stenen, hout, ijzer en schelpen. Door hun
half geopende schelp steken ze hun instroomsipho naar buiten om water naar
binnen te zuigen. Uit het water filteren de dieren de voedseldeeltjes. Het
gefilterde water verlaat het lichaam weer door de uitstroomsipho.
Voor het atlasproject van mollusken is het interessant om te weten of
er in of de omgeving van Zoetermeer nog meer vondsten van de driehoeksmossel
bekend zijn. Vondsten kunnen aan mij worden doorgegeven of direct aan het
Atlasproject Nederlandse Mollusken (www.anemoon.org.)
Nut en
schade
Koel- en drinkwatersystemen kunnen geheel verstopt raken door aangroei
van driehoeksmosselen. Ook door aanhechting aan schepen en sluisdeuren kan
overlast ontstaan. Zij spelen echter ook een nuttige rol, door het filteren van
het water wordt dit schoner, waardoor plantengroei mogelijk wordt, ook dienen
zij als voedsel voor andere dieren zoals duikeenden, meerkoeten en vissen.
Literatuur
·
Lodewijk van Duuren (1998) Betekenis van wetenschappelijke soortnamen
van weekdieren (Mollusca). Zeedahlia 5 (2), 2-11.
·
E. Gittenberger en A.W. Janssen (red), 1998. De Nederlandse
zoetwatermollusken, recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water.
Nederlandse Fauna 2. Naturalis, KNNV Uitgeverij, EIS-Nederland.
·
Holsteijn, Harry (2002) De Driehoeksmossel. Zeedahlia 9 (2), 2-4.
12.
De laatste
Stadsnatuurplan-plantenexcursies
Tilly
Kester
|
|
De (laatste) "SNP-wilde planten- en openbaargroenexcursie" op 27 mei j.l. in Rokkeveen werd geleid door Peter van Wely, dit omdat Johan Vos deze avond verhinderd was. Vanwege het waterplan lag het accent dit keer op de waterkanten. Hieronder doet Maaike Kentie verslag.
Jammer genoeg waren maar drie bewoners komen opdagen, waarvan er twee uit Rokkeveen. Achteraf bleek dat andere excursiegangers de start hebben gemist. Uiteindelijk vanaf stadsboerderij "de Balijhoeve" toch maar op pad gegaan. De route voerde langs "de andere kant" van het Locushout naar de Floraplas. Hier troffen we orchideeλn, ratelaars en echte koekoeksbloemen aan. Deze strook is in de winter opengesnoeid om ook hier de orchideeλngroei te bevorderen. Met goed resultaat overigens. Helaas bleek dat hier orchideeλn uitgegraven worden. Na de echte valeriaan aan de Floraplas te hebben bewonderd vervolgden we onze wandeling langs het Locushout richting Floriadepark. Hier kregen we van de groenbeheerder uitleg over de keurrozen, die vier maal per jaar gekeurd worden op hun kwaliteiten, zonder gebruik te hebben gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Het Floriadepark is een park waar het gras wekelijks gemaaid wordt. Opvallend was dat, omdat er hier weinig wilde plantensoorten aanwezig zijn met bijbehorende insecten, er geen vogelzang te horen was. De stukken grasland die oorspronkelijk minder gemaaid werden, werden door de bewoners niet gewaardeerd en daarom zijn ze omgevormd tot gazon, aldus de groenbeheerder. In dit park is nog steeds het voormalige bijenhuis van de Floriade met zijn begroeid dak van sedum, bieslook en een klokjessoort te bewonderen. Eιn van de daar aanwezige fruitbomen was geheel ingesponnen met het spinsel van stippelmotjes. Hierna staken we door naar het Palissanderhout waar een groot stuk buurtgroen geadopteerd is door buurtbewoners. Het zag het er tot in de puntjes verzorgd uit. Via de waterkant van Wengehout zijn we gelopen naar het Balsahout richting geluidswal. Onder aan de geluidswal ligt een greppel waar o.a. Beekpunge in voorkomt. Via de poldertuinen zijn we weer teruggelopen naar de Balijhoeve. Het aantal orchideeλn begint hier terug te lopen, doordat het gebied minder schraal wordt.
Een jaar later dan aangekondigd zijn de resultaten van 5 jaar natuurmonitoren in het Buytenpark in rapportvorm beschikbaar.
|
|
|
|
|
Fig. 13 De map met rapporten |
|
|
De rapporten van het plantenonderzoek, het vogelonderzoek en het vlinderonderzoek zijn, voorzien van een uitgebreide algemene inleiding samen in een mooie kleurrijke map verpakt. Agnes van der Linden denkt het vleermuisrapport in de tweede helft van dit jaar af te ronden. De bedoeling is dat iedereen dit laatste deel dan alsnog krijgt toegestuurd zodat ook dit deel in de map kan worden ingevoegd. Iedereen die, op welke wijze dan ook heeft meegewerkt aan het onderzoek krijgt deze map toegestuurd. Terzijnertijd kunnen belangstellenden kunnen de rapporten aanvragen bij Tilly Kester tel 3469662
Ooit was Zoetermeer boterdorp. Het dorp van Nutricia en Brinkers. Reed je langs de rijksweg dan was Nutricia een baken dat de passerende reiziger attendeerde op het dorp Zoetermeer. In de jaren '60, toen de groeistatus werd verworven raakte Zoetermeer in het land bekend als satelliet van Den Haag. Om het "groene, landelijk wonen" in de polder in de jaren '70 onder de aandacht van de Haagse binnenstadbewoner te brengen werd Zoetermeer "stad tussen de parken". Zoetermeer als stad met een relaxte, groene uitstraling (rijtjeshuisje, straatboompje, huisbeestje). De plek waar de oververhitte stedeling kon bijkomen. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat veel bewoners ooit om die reden naar Zoetermeer zijn verhuisd en er tot op de dag van vandaag naar tevredenheid zijn blijven wonen. In de jaren '90 werd rust en groen steeds vaker in verband gebracht met saai en truttig, kortom Zoetermeer werd het ultieme voorbeeld van een slaapstad. Hoog tijd voor een nieuw motto vond men op het stadhuis. "Stad tussen de parken" werd "steeds ondernemend". Helaas werd dit motto door niemand begrepen. Velen denken aan een stad voor ondernemers, maar duidelijk is dat de dynamiek met de dubbele bodem niet over komt. Die moet dus uitlegd worden: steeds betekent enerzijds continue, anderzijds stedelijk of stads. Het woord steeds wordt schuin geschreven om die stedelijke dynamiek nog eens extra te benadrukken. Probleem met dit motto is dat het uitgelegd moet worden en niets zegt over wat Zoetermeer is, hoogstens wat Zoetermeer wil.
|
|
|
|
|
Fig. 14 Nachtegaal |
|
|
Tijdens een van de sessies die onderdeel was van het symposium "Zoetermeer, de gave stad" (op de schop) dat in mei door de gemeente werd georganiseerd kwam de identiteit van deze stad weer eens uitgebreid aan bod. Niet gaan concurreren met de grote steden van Zuid-Holland, dat verlies je toch, maar versterk wat uniek is aan Zoetermeer hoorde ik allerlei deskundigen van elders herhaaldelijk benadrukken. Hier moest ik aan denken toen ik na deze sessie, om 22.00 uur op de trein stond te wachten op station Centrum-West. In die vijf minuten werd ik getrakteerd op een nachtegaalconcert dat op nog geen 20 meter afstand in een bosje aan de overzijde van het perron plaatsvond. Het was bijna donker en doodstil in hartje Zoetermeer! Over identiteit gesproken, misschien is "natuurlijk Zoetermeer" wel het (eco)logische motto dat het best bij deze stad past! Uiteindelijk hebben we al een gemeentelijk logo dat naadloos aansluit bij de natuurlijke identiteit van Zoetermeer: de Meerbloem, die de witte waterlelie symboliseert.
Eerder verschenen in het Oase-voorjaarsnummer van 2003.
Het begin:
De eerste plannen voor een heemtuin in het Westerpark stammen uit het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Over de tijdgeest van toen kan gezegd worden dat de natuur in die jaren "in" was en het liefst direct bij de voordeur moest beginnen. En dan wel natuur die zoveel mogelijk haar eigen gang kon gaan, kortom het was de tijd van de wilde tuinen. Louis G Le Roy was een van de exponenten van dat bewustzijn in die tijd. Ook Zoetermeer, nog volop in de groei en al stevig aan het experimenteren met natuurlijk groenbeheer vond dat een beetje stad niet compleet was zonder heemtuin. Of toen al helemaal duidelijk was wat de rol van een heemtuin precies zou moeten zijn is een tweede. Medio 1976 werd in elk geval een werkgroep gestart die zich moest gaan buigen over de mogelijke vorm en inhoud van de toekomstige heemtuin. Naast vakambtenaren waren ook toekomstige gebruikers in de werkgroep vertegenwoordigd. Om een beter idee te krijgen over wat de mogelijkheden waren werden uitgebreide oriλntatietochten gemaakt langs gerenommeerde heemtuinen in den lande. Een belangrijke conclusie uit al die tochten was dat de beoogde heemtuin een wisselwerking moest hebben met de directe omgeving van Zoetermeer. Voor dit deel van het land kenmerkende elementen die, logisch gerangschikt op een beperkt oppervlak moesten worden samengebracht.
|
|
|
|
|
Fig. 15 Plattegrond Natuurtuin |
|
|
Cultuur- en natuurelementen die een relatie hadden met de hier aanwezige grondsoorten en waterpeilen. Voorbeelden zijn een poldertje, hooggelegen restveen, dat hier ook wel bovenland heet en een hele verzameling waterpeilen waar laag Nederland, vooral in het buitenland om bekend staat. Ook restanten van een boerenvestiging in de vorm van een ruοne met muurplanten, inclusief een bijpassende geriefhoutbosje, twee graanakkertjes en een griend kwamen om die reden in de tuin terecht.
Wat de toegankelijkheid betreft was een belangrijk uitgangspunt dat de tuin openbaar toegankelijk moest zijn maar tegelijkertijd bestond de vrees dat een te grote toevloed van bezoekers de ontwikkeling van de tuin in de weg zou staan. De oplossing werd gevonden in het aan de zijkant verstoppen van de hoofdingang, met als gevolg dat niet iedere argeloze wandelaar de tuin kon binnenlopen.
De begroeiing:
In eerste aanzet zijn alleen bomen en struiken in de tuin aangebracht. Over welke soorten in de diverse landschapjes het best thuishoren is lang nagedacht en uiteindelijk is gekozen voor de plantensociologische invalshoek. De resterende gronden werden ingezaaid met grassoorten die typerend werden geacht voor deze specifieke plekken. Een van de doelen in die eerste fase was dat ongewenste pionierbegroeiingen zoveel mogelijk konden worden afgeremd. Over hoe de tuin zich verder zou ontwikkelen bestond in die beginjaren niet het minste vermoeden. Het dierenleven is toen zelfs niet anders ter sprake gekomen dan dat lastige eenden de boel zouden kunnen vertrappen. Wel werd door de reeds genoemde werkgroep direct al het belang ingezien van een vaste beheerder die met gevoel en liefde de tuin zou begeleiden naar een welhaast paradijselijke staat.
Pionieren in de ontwikkelingsfase:
Die vaste beheerder kreeg de tuin in de persoon van Cees Los die vanaf januari 1980 tot november 1986 het beheer voerde. De met zorg aangelegde verzameling landschapjes raakten de eerste jaren na de aanleg begroeid met een bonte verzameling storing- en pionierplanten die het agrarisch verleden van de aangevoerde grond overduidelijk aan het licht bracht. Het gevolg was dat Cees, nog ruim voor de tuin voor het publiek zou worden opengesteld dag in dag uit bezig was met het afvoeren van kruiwagens met uitgetrokken klein hoefblad en akkerdistels. In het voorjaar van 1981 leerde ik Cees kennen als een gedreven en deskundige beheerder die langzamerhand voor elke plek, hoe kleinschalig ook een passend beheer ontwierp. Het boek "Natuurtuinen en parken" van Ger Londo uit 1977 bleek daarvoor de basisinformatie te bevatten. Hoewel vlak na de aanleg nog wel eens met het aanplanten van inheemse kruiden is geλxperimenteerd is in 1981 definitief gekozen om de heemtuin als natuurtuin te gaan beheren. Over het uitzaaien van inheemse soorten hadden we als gemeente in die jaren een duidelijk mening. Alleen zaad van een eigen gemeentelijke kwekerij staat garant voor streekeigen materiaal. De prominente aanwezigheid van de harige ratelaar in de tuin bewijst dat er ondanks dat toch nog wel eens een bedrijfsongeval heeft kunnen plaatsvinden. Een actie uit de begintijd waarvan het resultaat pas veel later zichtbaar werd is het overbrengen van hooi van een orchideeeλrijk grasland uit de landschappentuin van het Zuiderpark in Den Haag. Jaren later, het zal halverwege de jaren '80 geweest zijn meldde Cees de eerste orchidee. In de voorzomer van 1989 bezocht de Zwitserse orchideeλnonderzoeker en -kenner professor Hans Reinhard Zoetermeer om de variatie binnen het geslacht Dactylorhiza in Europa in kaart te brengen. Ik heb samen met hem een aantal groeiplaatsen van hoofdzakelijk rietorchis bezocht en kwam uiteindelijk ook in de natuurtuin terecht. Door de gigantische vormen- en soortenrijkdom binnen het geslacht Dactylorhiza in de tuin was hij totaal overdonderd. In 1990 verscheen een artikel van zijn hand van deze studietocht waarin ook de Zoetermeerse rietorchissen zijn verwerkt. Opvallend was dat hij de Dactylorhiza's uit de natuurtuin buiten beschouwing heeft gelaten.
Naar stabilisering van het beheer.
Jan Rensink volgde Cees Los als natuurtuinbeheerder op eind 1986 en heeft de tuin tot op de dag van vandaag onder zijn beheer. Door de verschillende landschapjes jaar in jaar uit volgens het inmiddels uitgekristalliseerde beheerplan te beheren is er langzamerhand rust gekomen in de gecreλerde natuurtuinmilieus. De natuurlijke ontwikkeling binnen de grenzen van het beheer heeft zich gemanifesteerd in een afname van het aantal pioniersoorten en een toename van het aantal "fijnere" soorten, geschakeerd in natuurlijk aandoende patronen. Dat klinkt heel erg vakmatig maar het is opvallend dat bezoekers zonder vakkennis op het gebied van natuur bijna allemaal deze kwaliteit ervaren. De bezoeker is bijna zonder uitzondering onder de indruk van de sfeer en de rust die de tuin uitstraalt, zo waar een groot compliment voor de ontwerper van toen en de beheerder van nu. Maar niet iedere bezoeker beperkt zich tot het louter beleven van de tuin, regelmatig komt het voor dat een bezoeker de flora van de tuin "verrijkt" en meegebracht zaad uitstrooit. Een aardig voorbeeld van zo'n actie is het plotseling verschijnen van de slanke sleutelbloem op meerdere plaatsen in de tuin en van het donkersporig bosviooltje net buiten de tuin.
Hoe je ook over dit soort activiteiten mag denken, een feit is dat veel soorten die behoren tot onze inheemse flora via een introductie in de natuurtuin vaste voet op Zoetermeers grondgebied hebben weten te zetten.
Tot op de dag van vandaag wordt nog wel eens hooi van de bloemrijke hooilandjes uit de natuurtuin gebruikt om hooilanden die elders in Zoetermeer worden ontwikkeld te enten met "leuke soorten". Maar ook zonder mensenhanden strooit de natuurtuin gul met plantensoorten om zich heen. Het klinkt paradoxaal maar hierdoor dreigt de tuin, naarmate de tijd verstrijkt haar glans ten opzichte van haar omgeving enigszins te verliezen.
Terugkijkend zou je kunnen zeggen dat de natuurtuin niet alleen de bakermat is geweest van een groot aantal bijzondere plantensoorten maar ook van het natuurlijk groenbeheer waar Zoetermeer eind jaren '80, begin jaren '90 landelijk furore mee heeft gemaakt.
Een minpunt is mijns inziens de schaal waarop de verschillende landschapjes zijn vormgegeven. De hele tuin is slechts 1,8 hectare groot, het Westerpark 180 hectare. Daardoor is er in de tuin een zeker madurodamgehalte gecreλerd en komt bij het volwassen worden van de tuin de oorspronkelijk bedachte variatie al gauw in gevaar. De laatste jaren zie je de verschillen uit het ontwerp geleidelijk nivelleren door schaduwwerking en bladval. Zo ontstaat een gemiddeld natuurtuinlandschap wat het beleven van de afzonderlijke elementen in de weg staat. Een van de meest kwetsbare kanten van de tuin is dat er watergangen en partijen met grote peilverschillen op een klein oppervlak bijeen zijn gebracht. De technische problemen in de vorm van lekkages die hiervan het gevolg zijn geweest zijn inmiddels wel verholpen maar knopen doorhakken in de beheersfeer blijft op dit schaalniveau een hachelijke zaak.
Een tuin voor alle
Zoetermeerders
Zoals al eerder werd vastgesteld was een belangrijk uitgangspunt indertijd een heemtuin, die voor alle Zoetermeerders bestemd was. Tegelijkertijd liet de kwetsbaarheid niet toe dat de Zoetermeerders met z'n allen naar de tuin zouden komen om aldaar de nog prille natuur te vertrappen. Over het tijdstip waarop de tuin officieel voor het publiek zou moeten worden opengesteld konden de betrokkenen het indertijd maar moeilijk eens worden. Jaren nadat met de aanleg was gestart was de tuin dan ook nog steeds niet klaar om het publiek te ontvangen. Een officiλle openingshandeling heeft zelfs nooit plaatsgevonden. De ophaalbrug is op 10 april 1982 gewoon neergelaten en de eerste bezoekers hebben waarschijnlijk via mond op mond reclame voor locale bekendheid gezorgd. Dat er toen nog van alles niet in orde was, is te lezen in een van de dagboekjes die Cees in die tijd nauwgezet bijhield. Zo was bijvoorbeeld een steeds terugkerend euvel het uitvallen van de pomp die de tuin van water moest voorzien en het vastlopen van de twee windmolens die de circulatie verzorgden. Het zichtbare gevolg van dat soort kinderziektes was dat de hoogliggende sloten met de regelmaat van de klok droog kwamen te staan. Het dagboek meldt ook dat gedurende die eerste jaren regelmatig ingrijpende reparaties verricht moesten worden: De volgende dagboektekst illustreert dat: "Aanvang werkzaamheden, betreffend herstel lekkages van de bovensloot tot aan de molens". Toch ontstond er, ondanks alle gebreken en tekortkomingen in de begintijd al direct een vaste groep bezoekers die de tuin wist te vinden en waarderen. Cees, dagelijks in de tuin aanwezig beantwoordde vragen en gaf uitleg aan het publiek. Officiλle excursies werden echter van gemeentewege niet gegeven.
De roep om een informatiebord bij de ingang van de tuin was al vanaf het begin hoorbaar en het allereerste bord, verscheen dan ook al op 23 februari 1982. Dat lokte waarschijnlijk ook de eerste leerkrachten met hun schoolklassen naar de tuin. Zo lees ik in het dagboek van Cees dat al op 24 mei 1982 de Toverberg (lagere school uit de aangrenzende wijk Meerzicht) de tuin met 28 personen bezoekt.
In de beginjaren is de mogelijkheid om informatie over de tuin te verstrekken snel uitgebreid. Zo verscheen al gauw een nieuw informatiebord, inclusief rieten dak, dat de mogelijkheid bood om het hele jaar door de natuurlijke ontwikkelingen in de tuin aan het publiek te laten zien. Ook verschenen bordjes in de tuin met een toelichting op de verschillende landschapjes en een eenvoudige folder waarin het verhaal van het natuurlijk beheer werd uitgelegd. Maar ook de pers liet zich niet onbetuigd. Met de regelmaat van de klok verschenen artikelen over de natuurtuin in de plaatselijke kranten. Het ontwaken van de tuin na drie maanden winterrust, bleek altijd weer een dankbaar moment te zijn voor zo'n artikel.
Een gebruik dat door de beheerders met gemengde gevoelens werd gadegeslagen was de "decorfunctie" ten behoeve van trouwreportages. De gezelschappen werden door de dienstdoend fotograaf naar de bloemrijkste plekjes gedirigeerd alwaar ze dan tussen en op de orchideeλn moesten plaatsnemen. Hoeveel Zoetermeerse bruidsparen in die bijna 25 jaar op de dag van hun leven zo zijn gefotografeerd valt moeilijk te achterhalen maar het moeten er honderden geweest zijn! Over het aantal Zoetermeerders dat de tuin bezoekt hebben we overigens geen klagen. Voorzichtige schattingen gaan uit van zo'n 15000 per groeiseizoen en dat aantal blijft al jaren stabiel.
De eerste keer dat de natuurtuin de aanleiding was voor een feestje was op 15 maart 1988. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan werd op het stadhuis de feestelijke presentatie van het boek "Tien jaar natuurtuin" gevierd. Wethouder Lennie Huizer bood het eerste exemplaar aan aan ..... Ger Londo. Het bijzondere van dit boek was dat niet alleen de resultaten van tien jaar natuurlijk groenbeheer er in werden belicht, maar dat nu ook het dierenleven in de tuin uitgebreid aan bod kwam. De eerste ontwikkelingsfase werd hiermee afgesloten.
De groeiende vraag om
voorlichting
Ook de in Zoetermeer actieve natuur- en milieuverenigingen raakten al gauw bij de natuurtuin betrokken. Dit heeft geresulteerd in het plan om het onderkomen van de beheerder om te toveren tot een bescheiden bezoekerscentrum. In september 1984 kwam dit plan tot uitvoering. De samenwerkende natuurverenigingen, IVN, Vogelwerkgroep, Milieudefensie, WNF en de jongeren van de NJN hadden inmiddels de stichting "Het Westpunt" opgericht. Vrijwilligers van deze verenigingen staken de handen uit de mouwen en op 4 oktober 1984 werd het "Westpunt" officieel geopend door de toen kersverse commissaris van de koningin in Zuid-Holland, dhr Schelto Patijn. Het Westpunt bestaat inmiddels bijna 20 jaar en opent ook in 2003 tot half november weer elke zondag z'n deuren van 13.00- 16.30 uur. Van de dienstdoende vrijwilligers weten we dat de belangstelling voor allerlei natuurgerichte informatie die daar wordt verstrekt nog altijd heel groot is.
Zo bleef bijvoorbeeld door de jaren heen het aantal verzoeken om excursies groeien. Uiteindelijk heeft dit in 1992 geresulteerd in een oproep in de krant om vrijwilligers die zich tot natuurtuingids wilden laten scholen. 25 mensen kwamen op deze oproep af en een jaar lang heeft Jan Rensink zo veel mogelijk kennis aan de natuurtuingidsen in spι doorgegeven. Tegelijkertijd hebben we ook, in nauwe samenwerking met het IVN thema-avonden georganiseerd over verschillende onderwerpen die de natuur in en om de tuin betreffen.
|
|
|
|
|
|
|
Fig. 16 Rondleiding door de beheerder op 18 mei |
|
|
In een krantenartikel van 23 juli 1993 staat te lezen "uiteindelijk bleven dertien van de 25 aangemelde personen over. En zij worden door het jaar heen nog regelmatig bijgeschoold. De gidsen zijn allemaal vrijwilligers. Omdat ze het leuk vinden en ze allemaal een beetje van de natuurtuin houden".
Acht keer per jaar, elke vierde zondag van de maand vindt er sinds 1993 een natuurtuinexcursie plaats waaraan gemiddeld zo'n 15 geοnteresseerden deelnemen. Van de mogelijkheid om een excursie op verzoek te organiseren wordt regelmatig gebruik gemaakt. Allerlei groepen uit de regio zijn in de loop der jaren al rondgeleid Van de accountmanagers van Unilever tot leden van een tuinvereniging uit Noordwijk.
De conclusie:
Na 25 jaar is de natuurtuin inmiddels niet meer weg te denken uit Zoetermeer. Afgezien van een vaste groep trouwe fans trekt de tuin ook steeds meer regionale bezoekers, vaak individueel soms in groepsverband. Zo bezoeken opmerkelijk veel bezoekers uit Delft en sinds kort ook uit Leidseveen de tuin. Vooral op mooie zondagmiddagen in de voorzomer, als het Westpunt z'n deuren opent kan het er erg druk zijn. De constatering van de werkgroep uit 1976 dat een vaste beheerder noodzakelijk zou zijn is achteraf volledig bewaarheid gebleken. Ervaring met andere natuurtuinachtige initiatieven elders in Zoetermeer leert dat deze zonder continue zorg en vast aanspreekpunt al gauw hun glans verliezen. Naast de kwaliteit van het ontwerp en het door de jaren heen stabiele beheer maakt dat laatste aspect de tuin tot "iets bijzonders". De persoonlijke verdienste van Jan Rensink, die sinds eind 1986 de tuin onder z'n beheer heeft is, dat hij mensen die met verkeerde bedoelingen naar de tuin komen, overtuigend maar wel op rustige wijze op hun gedrag aanspreekt. En dat heeft z'n vruchten afgeworpen. Het vertrappen van kwetsbare natuurwaarden, waar in het begin zo voor gevreesd werd is tot op heden uitgebleven. Ook de groep natuurtuingidsen die, in nauwe samenwerking met Jan de laatste 10 jaar het natuurtuinverhaal heeft uitgedragen is hier debet aan. Kortom 25 jaar Zoetermeerse natuurtuinervaring heeft geleerd dat een stabiele gemeentelijke basis in de vorm van een deskundige vaste beheerder, aangevuld met en gesteund door groepen vrijwilligers essentieel is om het indertijd in het vooruitzicht gestelde paradijsje te verwezenlijken.
Zondag 18e mei stond de natuurtuin de hele dag in de belangstelling. Er was een partytent neergezet naast de ingang met daarin verschillende tentoonstellingen die doorlopend te bezichtigen waren. Om het uur stonden de natuurtuingidsen gereed om bezoekers door de tuin rond te leiden, de Zoetermeerse natuurverenigingen waren uiteraard ook deze dag weer van de partij om hand en spandiensten te verlenen. De kunstenaars van Terra hadden speciaal voor deze gelegenheid kunstwerken gemaakt die in de tuin opgesteld stonden. Het hoogtepunt van de dag was echter een reunie voor iedereen die op welke wijze dan ook, 25 jaar geleden bij de totstandkoming van de tuin betrokken is geweest. Het hele gezelschap werd tenslotte door de beheerder, Jan Rensink door de jarige tuin rondgeleid. Wethouder Ton Roerig die zich ook in dit gezelschap bevond bood namens de gemeente ιιn van de kunstwerken aan de tuin (bevolking) aan. De "groene vingers" zullen ons tot in lengte van dagen herinneren aan deze bijzondere dag.
Zoals in kwartaalbericht nr. 39 te lezen was is een uitgebreid onderzoek gaande naar het habitat- en landschapsgebruik van de meervleermuis in onze regio. Wat we weten is dat meervleermuizen 's zomers in gebouwen (kerken en huizen) wonen en 's winters in bunkers, forten en mergelgroeven. Maar is dat het hele verhaal? Waar blijft bijvoorbeeld het merendeel van de meervleermuizenpopulatie die in de winter spoorloos verdwenen lijkt te zijn? Misschien overwinteren ze wel in konijnenholen of zijn het toch gewoon spouwmuren? Wanneer zitten meervleermuizen in hun winterverblijf en wanneer in zomerkolonies? Waar en wanneer paren de dieren? Kortom allemaal vragen waar een antwoord op gevonden moet worden willen we deze habitatrichtlijnsoort goed kunnen beschermen.
Gedurende het zogenaamde zwermweekend van 18-20 april j.l. hebben de onderzoekers o.l.v. Anne-Jifke Haarsma weer een poging gedaan om wat meer licht in de duisternis te brengen.
Hieronder volgen twee verslagen van Anne-Jifke die een aardige indruk geven van het onderzoek.
1. De meervleermuizen zijn weer terug en hoe! Tijdens het zwermweekend hebben we in totaal ruim 40 meervleermuizen gevangen en geringd op 7 verschillende plaatsen. Niet alle vanglocaties leverden evenveel succes op, vooral de brug vlak naast de kolonie, over de Oude Rijn leverde erg veel dieren op. Daarnaast hebben we nog op een groot aantal plekken gepost en geluisterd of er al dieren vlogen en zo ja hoeveel. Tijdens de harde wind van vrijdag bleken bijvoorbeeld drie dieren de beschutting van bomen op te zoeken en boven een sloot te jagen. Na enige twijfel (o.a door de vele aanwezige dwergvleermuizen) konden de dieren van watervleermuizen onderscheiden worden. En bovendien, in het verleden zijn nog nauwelijks watervleermuizen in deze omgeving waargenomen...of toch wel?! In ieder geval hadden we tijdens dit weekend op meerdere plekken toch wel verdacht veel op watervleermuis lijkende dieren in onze netten! Ook de zoektochten in de bunkers hadden nog steeds succes; in totaal zijn nog 6 winterslapende meervleermuizen aangetroffen. Toch opmerkelijk, aangezien er op dezelfde datum toch al zoveel dieren in hun foerageergebied gevangen konden worden! Misschien dat de verklaring ligt in het feit dat meervleermuizen nou eenmaal een iets grotere vetreserve hebben en dus makkelijker langer kunnen slapen...of, omdat hun dieet toch wel zo zeer van watervleermuizen verschilt dat het nog niet de moeite loont om uit te vliegen?! Graag hoor ik van mensen als ze hier een theorie over hebben!
2. Sinds het afgelopen paasweekend hebben we in Zuid-Holland niet stilgezeten. In de omgeving van Nieuwkoop en Aerlanderveen hebben we een heleboel trekroutes en fourageerplekken van meervleermuizen onderzocht, geteld en afgevangen.
De vrouwtjes (ja, ja, eindelijk onderzoek ik echte dames op de bijna 100 dieren ben ik pas 2 heren tegengekomen!) zijn allemaal in topconditie (lees: dik). Vooral extreem voedselrijke plassen lijken dit jaargetijde de voorkeur te hebben; de Nieuwkoopse plassen laten de meeste dieren links liggen. Ook het eerste vrouwtje dat we dit jaar gezenderd hebben, genaamd Trix (ja, jullie raden het al, gevangen op koninginnennacht) foerageert het liefst op de Zegersloot, een plassengebied naast Alphen. Deze Trix is, naast dat ze blauw bloed in de aderen heeft stromen, ook nog enigszins gereformeerd. Ze huist samen met 75 andere dames in de kerk van Aerlanderveen, een nieuwe kolonieplaats overigens!
Nog een paar weken en de eerste jongen moeten geboren worden. Of mmmm, een vrouwtje met opgezwollen tepels, dat zal toch nog niet kunnen?! Het zal wel aan het nachtelijke tijdstip liggen. Graag hoor ik van anderen of zij ook al eens zulke vroege geboortes hebben gezien, of dat ik toch gewoon eens wat meer moet gaan slapen!
Voor de echte liefhebbers, tijdens Hemelvaartweekend (eind mei) gaan we proberen een kraamkolonie in Boskoop te vinden. Zeer vroeg in de avond heb ik hier namelijk 2 dames gevangen die uit een zijslootje de Gouwe op vlogen. Het is niet mogelijk dat deze dieren uit een van de bekende kolonieplaatsen afkomstig zijn, kortom waar vandaan dan wel?! Met behulp van telemetrie, een boel menskracht en een dosis geluk hoop ik hier een nieuwe stip op de kaart te kunnen zetten. Wie zin heeft om langs te komen, kan het beste contact opnemen via email (ahaarsma@dds.nl) of per mobiele telefoon (06 11 472 481)
Beste leesders en leesderessen
Als ik aan deze nieuwsbrief zit te schrijven op de gele bank aan de bosrand, sneeuwt het vlierbloesempjes op het papier. Ik kan niet terecht aan de tafel in het prieel, want daar broedt een (grauwe) vliegenvanger, op de telefoon. (Dit vindt u zeker decadent, telefoon in een tuinpriel. Maar aangezien wij veelal buiten leven en gerinkel binnenshuis te laat of helemaal niet opmerken, heeft Peter een toestelletje hoog en droog onder het prieldak gehangen. De vliegenvanger is erg in de nopjes met dat beschutte plekje. Zij stoort zich niet aan belgeluid onder haar eieren maar wordt wel nerveus als wij daar rondscharrelen. We beperken dat zo veel mogelijk. Al vinden we dat zij er wel aan moet wennen dat wij daar des avonds ons hapje nuttigen. Dat deden we al tijdens de nestbouw en daar is dat priel tenslotte voor bedoeld. Ben wel benieuwd wat voor invloed het gerinkel heeft op de ongeboren vliegenvangertjes. Zouden die, als ze groot zijn, ook gaan rinkelen? Vogels leren hun liedjes toch al in het ei?
Blikken wij terug op het voorjaar. Na de heftig koude winter kwam er een lange periode van droogte, veel wind en zon. Het was zo droog dat ik eind april bang was dat de tuin zou verstuiven en wegwaaien. De voorjaarsbloemen bloeiden laat, haastig en miezerig, maar er waren al wel veel vlinders. Daaronder oranjetipjes, die patrouilleerden op een vaste route langs de judaspenning en elkaar fanatiek de tuin uitmepten. Er zitten nu rupsen op de judaspenning. Benieuwd wat daaruit komt.
Het was wel prima weer om de tuin te bewerken. Heb stroken grasland in de voortuin, langs de weg, afgeplagd. Hier en daar kon je de grasmat zomaar oprollen, daar hadden meikevers voorwerk verricht. Voor de rest: zwoegen. Om de andere plag op de schop leunen, rug strekken en naar de lucht turen. Vluchten ganzen kwamen laag over, ze vlogen je af en toe zowat door de haren. Kramsvogels gezien, wulpen, een hele zwerm gele kwikstaarten die kwamen picknicken in de schapenwei. Soms spitte ik een slaperig padje op dat dan zielig op zijn ruggetje met zijn armpjes lag te maaien. Met 1000 excuses warm ingestopt in de composthoop om verder uit te winterslapen. (Inmiddels, half juni, kom ik ze overal in de tuin tegen; eentje heeft de kweekbakjes naast de kas als vaste woonplaats.) Buurvrouw Jantje kwam me van het spitwerk halen om de pasgeboren lammetjes te zien; begin april zijn er achter elkaar acht geboren. Een drieling, twee tweelingen en een eenling. Alles goed gegaan met moeders en grut, dank u, en ook hun vader mag blijven omdat het allemaal zulke mooie, gezonde lammeren zijn. Ze groeien voorspoedig, ook de kleinste van de drieling die eerst met de fles werd bijgevoed. Hij is zo mak geworden, Jantje heeft nu al hartzeer dat hij straks weg moet. Helaas is het een rammetje en die zijn in de praktijk voorbestemd voor het Islamitisch slachtfeest.
Het afgeplagde grasland moet 'bloemrijk hooiland' worden, zeg maar: een Zoetermeerse berm. Maaike Kentie heeft zaaigoed voor ons besteld. Zaaien kon natuurlijk pas met regen in de lucht.en die kwam uiteindelijk op Koninginnedag. Daarna bleef het regenen en waaien tot en met de bruiloft van Sigrid en Willem. Er is rond de plechtigheid veel achter wegwaaiende hoeden aangerend en we staan met z'n allen stormachtig op de foto's; heeft u wel afdoende voor ons geduimd? Evengoed heeft het jonge paar zo uitbundig staan stralen, daar had geen zonneschijn tegenop gekund.
Rond de bruiloft bivakkeerde de familie hier. Mijn hoogbejaarde vader plukte een boeketje lelietjes- van-dalen voor me in het eeuwenoude Roelagebos. Net zoals hij dat daar driekwart eeuw geleden voor zijn moeder deed. Met mijn broer over de essen, de hei en door het bos gelopen. Hij heeft als kunstenaar zeer opmerkzame ogen; overal ontdekt hij kreupele torren die gevaarlijk oversteken, rupsen belaagd door mieren, zweefvliegen die dreigen te verdrinken. Hij wil ze allemaal redden, dus zo'n wandeling schiet niet op. Hoeft ook niet. Je ziet zoveel meer met je neus op de grond.
Toen er dan eindelijk regen kwam, leek de tuin te exploderen. Het groen plofte de grond uit, ineens zaten we volop in de bloemen, alles kwam tegelijk. Tevreden kunnen wij nu constateren dat de tuin er al een stuk meer 'eigen' uitziet dan vorig jaar rond deze tijd. Voller, vooral. Wij kunnen waden door wolken margrieten, zachtblauwe jakobsladder en purperen vingerhoedskruiden. We zwelgen erin, heerlijk, en ze zijn er allemaal helemaal vanzelf gekomen. Na een jaar niet schoffelen is de bodem aardig bedekt. Ik heb natuurlijk wel gewied, gepulkt en gepeuterd om herkenbaar onkruid onder de duim te houden, want anders houden we hier alleen maar schapenzuring over. En Peter heeft in dat jaar meer dan 70 coniferen gerooid. Wat er nu nog staat aan dennen en sparren mag blijven, wintergroen is onmisbaar gezien de lange winters hier. Familie, vrienden en bekenden hebben ons gul voorzien van stekken en zaailingen uit hun eigen tuinen. Dat alles krijgt met zorg zijn plekje; in principe laat ik het verder over aan de natuur om te selecteren en er een ecologisch verantwoord geheel van te maken. In principe, maar niet in de praktijk, want soms ontstaan er kleurencombinaties die te veel pijn doen aan mijn ogen. Die oranje reuzenpapavers, erfenis van de vorige bewoners, vinden wij allebei mooi maar ze vloeken overal bij. Datzelfde geldt voor de dikke kauwgumroze lupinen. Onlangs raasde er een windhoosje door de tuin dat alle lupinen knakte en de papavers kaalblies; ineens heerste er rust voor het oog.
Inmiddels ben ik toegetreden tot Tuingroep II van de Plattelandsvrouwen. Twaalf toevalligerwijs vooral westerse dames met schik in bloemen en tuinen, daarom zijn ze ook hier komen wonen. Sommigen zijn tuinarchitect van beroep, anderen gedreven hobbyisten. We bekijken elkaars tuinen en bezoeken samen publiekstuinen, opengestelde landgoederen enz. Tot nu toe vooral 'formele' tuinen gezien, wonderen van discipline met subtiele kleurenschema's, onkruidloos, strak geschoren hagen, geometrische perken. Dames die niet zo streng zijn voor hun tuin staan daar met open mond bij te zuchten. 'Wat mooi! Wat een werk! Zo hoort het dus. Dat krijg ik nooit zo. ' Persoonlijk word ik er niet koud of warm van. Knap maar gekunsteld, en zulke tuinen zijn overal in Nederland hetzelfde, ongeacht klimaat of grondsoort. Wel opwindend, betoverend zelfs, was Domies Toen (dominee's tuin) in Pieterburen. Een 300 jaar oude natuur/heem/wildeplantentuin in landschapsstijl, onderhouden door vrijwilligers. Dat was tenminste een tuin die naar behoren zoemde, gonsde en tierelierde. Je hoorde er zelfs vroedmeesterpadjes tinkelen. In het tuinprieel lag het gastenboek. Vol loftuitingen van natuurliefhebbers, maar ook met kreten van (tegen wil en dank meegesleepte?) kinderen die klaagden over het ontbreken van flipperkast en cola-automaat. En toch ook, zelfs hier, gasten die zeurden: 'is de tuinman soms ziek? Overal onkruid en vieze beesten!'
Tuinieren, merk ik bij de tuingroep, heeft op het platteland een andere dimensie. Zo troffen wij bij een mooie moestuin een slimme ondergrondse opslagplaats om kuipplanten te overwinteren. 'Handig', zei een van de dames. 'Maar voor zoiets heb ik geen plek. Ik heb maar 2000 meter!' Ik tel met mijn 1800 meter amper mee, hier.
Met onze eigen moestuin gaat het na wat aanloopproblemen best aardig. Eerst groeiden er eikjes waar ik eikebladsla had gezaaid en opiumpapavers -slaapbollen- waar pluksla bedoeld was. Een paar kruiwagentjes paardenmest (van Harms volbloed Merenzen, geen koude kak dus) hebben er toch de groei in gekregen. Je moet wat, op dit schrale zand. Nu eten we dagelijks peultjes 'oet aigen toene'. Aalbessen mogen we plukken bij buurvrouw Jantje, die heeft er zat van, en asperges halen we op bij Janna en Stoffer. Zo lekker en vers krijg je ze nergens. We eten ze met boter en eieren, goed voor de cholesterol. En nu we het er toch over hebben: Peter kwam laatstelijk geheel en al verward terug van zijn cholesterolcontrole. Dit geschiedde in het gebouwtje van Welzijn in het dorp Sellingen, een houten keet. De prikzuster nodigde hem daar uit in de bezemkast voor bloedafname. Hij nam plaats op een keukenstoel, zij op een krukje, en ze sprak de indringende woorden: 'U mag uw hand wel op mijn knie leggen hoor.' Peters cholesterolgehalte bleek aanmerkelijk gedaald maar zijn bloeddruk was denkelijk flink gestegen.
Ter afsluiting de familieberichten: Birgit en Sander hebben ons opa en oma gemaakt van een paard. Een pronte bonte merrie, kruising Holsteiner/Tinker (!). Jikke heet ze. Heel groot en heel lief, zwart met witte vlekken, lange manen en een imposante staart. Ze woont voorlopig in een stal naast tuincentrum de Driesprong, met zwaluwnestjes boven haar hoofd. Ze past namelijk niet in hun flat. Ooit, hopen wij, komt zij wel met haar baasjes op een Gronings of Drents boerderijtje wonen.
Mit groutnis oet Ter Wisch, post Sellingen,
|
Coφrdinatie door Natuur- en
milieu-Educatie Zoetermeer. Deze agenda komt 4x per jaar uit. Internet: www.zoetermeer.nl Opgave van excursies vierde kwartaal vσσr
15 september bij NME-Team, telefoon 3469662,
E-mail: M.J.Kester@zoetermeer.nl De agenda is voor het Kwartaalblad
aangevuld met de excursies van Bomen Overleven |
|
|
tijd |
|
|
|
Activiteit |
Verzamelen |
Kosten |
Organisatie |
|
wo/za/zo |
& feest-dagen |
12.00 |
16.00 |
Pony of ezelrijden |
Stadsboerderij De Balijhoeve |
0,50 per rit |
De Balijhoeve 3620832 |
|
ma/ di/ wo/ do/ vr |
vanaf 7 juli t/m 15 augustus |
10.00 |
16.00 |
Dagje Stadsboerderij Aanmelden! |
Stadsboerderij Het Buitenbeest |
6,50 Zoetermeer paspoort 5,00 |
Het Buitenbeest 3520624 |
|
do |
10-jul |
20.00 |
|
Avondexcursie gierzwaluwen door Aad van de Linden |
Ministerie van Onderwijs, op het fietspad bij de
vijver |
Gratis |
Vogelwerkgroep/ IVN 3169534 |
|
za |
12-jul |
14.00 |
15.00 |
Kennismaken met (water)planten |
parkeerterreintje aan het eind van de
Turfschipkade |
Vrijwillige bijdrage |
Bomen Overleven |
|
za |
12-jul |
10.00 |
12.00 |
Werkochtend |
Wijktuinen Voorweg en Zegwaartseweg |
Gratis |
NME 3469534 |
|
zo |
13-jul |
14.00 |
|
Wandeltocht langs geneeskrachtige kruiden |
Westerpark - Westpunt |
Gratis |
IVN 3512378 |
|
zo |
20-jul |
13.30 |
|
Vlinderexcursie
|
Watertoren Rokkeveen |
Gratis |
Natuurtuingroep 3416896/3211593 |
|
za |
26-jul |
14.00 |
15.30 |
Excursie Park Rusthout, Leidschendam |
ingang Noordsingel, bokkenwei |
Vrijwillige bijdrage |
IVN/Bomen Overleven Ria Hoogstraat en Charlie van
Marrelo |
|
zo |
27-jul |
13.00 |
14.00 |
Rondleiding in de natuurtuin |
t Westpunt in het Westerpark |
Gratis |
Natuurtuingroep 3416896/3211593 |
|
vr |
1-aug |
tot |
31-aug |
Ecokids |
Stadsboerderij Het Buitenbeest |
1,00 of strippenk |
IVN H de Jong 3521056/3520624 |
|
vr |
1-aug |
tot |
31-aug |
Schapendrijven en activiteiten zie
krantenberichten |
Stadsboerderij Het Buitenbeest |
|
Het Buitenbeest 3520624 |
|
wo |
13-aug |
13.30 |
16.00 |
Bloemschikken Aanmelden! |
Wijktuin Voorweg |
1,00 met Zoetermeer Paspoort |
NME 3469534 |
|
zo |
17-aug |
13.00 |
|
Fietstocht langs water |
Aa-zicht |
Gratis |
IVN 3512378 |
|
za |
23-aug |
9.30 |
11.00 |
Excursie Park Rust en Vreugd, Wassenaar |
Parkeerplaats Ommerenlaan voormalige
Menkenfabriek |
Vrijwillige bijdrage |
Bomen Overleven Jos Orleans |
|
za |
23-aug |
14.00 |
|
Plantenexcursie door Johan Vos |
Wijktuin Rokkeveen |
Gratis |
NME 3469534 |
|
zo |
24-aug |
13.00 |
14.00 |
Rondleiding in de natuurtuin |
t Westpunt in het Westerpark |
Gratis |
Natuurtuingroep 3416896/3211593 |
|
di |
26-aug |
18.30 |
20.30 |
Open dag/Oogstfeest Zie krantenberichten |
Wijktuin Broekwegzijde |
Gratis |
NME 3469534 |
|
wo |
27-aug |
18.30 |
20.30 |
Open dag/Oogstfeest Zie krantenberichten |
Wijktuin Noordhove |
Gratis |
NME 3469534 |
|
za |
30-aug |
14.00 |
15.30 |
Excursie Park Rozenrust, Leidschendam |
Parkeerplaats Veursestraatweg 102A |
Vrijwillige bijdrage |
Bomen Overleven Ria Hoogstraat en Charlie van
Marrelo |
|
za |
30-aug |
13.45 |
15.30 |
Officiele opening Gezond- en Milieuhuis
(Pernisstraat 54, Oosterheem) |
Oostpunt, Hodenpijlstraat 10 |
|
Gem Zoetermeer 3468294 |
|
zo |
31-aug |
13.00 |
15.30 |
Open dag/Oogstfeest Zie krantenberichten |
Wijktuinen Voorweg en Zegwaartseweg |
Gratis |
NME 3469534 |
|
ma |
1-sep |
tot |
30-sep |
Ecokids |
Stadsboerderij Het Buitenbeest |
1,00 of strippenk |
IVN H de Jong 3521056/3520624 |
|
di |
2-sep |
18.30 |
20.30 |
Open avond/oogstfeest Zie krantenberichten |
Wijktuin Broekwegzijde |
Gratis |
NME 3469534 |
|
za |
6-sep |
20.30 |
|
Vleermuisexcursie |
De Watertoren in Rokkeveen |
Gratis |
IVN 3167818 |
|
zo |
7-sep |
14.00 |
15.30 |
Slootjesexcursie 2, Noord-Aa, Zoetermeer |
Restaurant Aa-zicht |
Vrijwillige bijdrage |
Bomen Overleven Henk Ploeger |
|
wo |
10-sep |
20.00 |
|
Vleermuislezing en excursie door Agnes van der
Linden |
Het Prisma Prismalaan 34 |
Gratis |
Vogelwerkgroep/ IVN 3163631 |
|
vr |
12-sep |
19.00 |
|
Strandexcursie |
Parkeerplaats Station Voorweg |
vervoerskosten |
IVN 3512378 |
|
za |
13-sep |
|
|
Monumentendag Zie krantenberichten |
Stadsboerderij Het Buitenbeest |
|
Het Buitenbeest 3520624 |
|
zo |
14-sep |
13.00 |
17.00 |
NME-dag Oud Hollandse spelletjes Zie
krantenberichten |
Stadsboerderij Het Buitenbeest |
Gratis |
Het Buitenbeest 3520624 |
|
di |
16-sep |
tot |
22-sep |
Week van de vooruitgang, groen licht voor
duurzame mobiliteit, verschillende activiteiten waaronder een teken- en
opstelenwedstrijd voor de jeugd. Zie krantenberichten |
|
|
Gemeente Zoetermeer 3210208 |
|
za |
27-sep |
8.00 |
|
Vogeltrek in het Buytenpark |
Snowworld |
Gratis |
Vogelwerkgroep 3163631 |
|
zo |
28-sep |
13.00 |
14.00 |
Rondleiding in de natuurtuin |
t Westpunt in het Westerpark |
Gratis |
Natuurtuingroep 3416896/3211593 |
19.
Namen
REDACTIE KWARTAALBERICHT Taeke
M. de Jong (3516599) Johan
Vos (023-5280231) Marsmanhove
2 2726 CM Zoetermeer Email T.M.dejong@bk.tudelft.nl Kopij kan
daar worden ingeleverd op floppy (platte tekst of Word). Inleverdatum
oktobernummer: eind september 2003. Geschreven of getypte tekst een maand vσσr
deze datum inleveren. Auteurs Evelien van den Berg-den Hertog 079-3213445 Hans Bieze 079-3421351 Rob Bolle 079-3317697 Lodewijk van Duuren 079-3214149 Annet de Jong 079-3422924 Taeke de Jong 079-3516599 Tilly Kester 079-3412605 Marjan Ketting 079-3211729 Marco Lurks 079-3510523 Jan Parmentier 079-3162672 Ben Prins 0512-350300 Fred Reeder 079-3213612 Ellen Teunen 079-3219711 Ies Voogd 079-3213152 Johan Vos 023-5280231 Peter van Wely 079-3520414 |
20.
Ik wil ook lid worden
van de
Natuurgroep Zoetermeer O > als huisgenoot-lid α
10,- per jaar O > als donateur α
5,- per jaar Donateurs
krijgen ιιnmaal een kwartaalbericht. ..............................................
.......... naam ..........................................
.............. adres ....................
....... postcode ................
........... telefoon ................
........... Email
.. handtekening |
|
Kopij of opgave verzenden naar: Marsmanhove 2 2726 CM Zoetermeer |
|
aardhommel, 8; 12
Adoxa moschatellina, 14
Aerlanderveen, 27
aeshna cyanea, 11; 12
aglais urticae, 12
akkerdistel, 9
akkerhommel, 8; 12
anax imperator, 11; 12
argusvlinder, 13
atalanta, 7; 12; 13
Balijhoeve, 18
Balsahout, 18
beekpunge, 18
beemdooievaarsbek, 14
bekermos, 6
bekerzwam, 6
Benthuizerplas, 15
blauwe glazenmaker, 11; 12
bleekgele droogbloem, 9
bleek-gele droogbloem, 15
bleke franjehoed, 5
blote billen zwam, 6
bombus hypnorum, 12
bombus lucorum, 12
bombus pascuorum, 12
bombus pratorum, 12
bombus terrestris, 12
boomhommel, 8; 12
bosrietzanger, 11
boterbloem, 5
boterbloemsoorten, 6
braamsluiper, 11
brachytron pratense, 11
brede orchis, 5; 6
brede stekelvaren, 6
brede wespenorchis, 8
broekbos, 5
bruin zandoogje, 12; 13
bultkroos, 6
Buytenpark, 7; 11; 14
citroenvlinder, 13
Compliment, 10
cynthia cardui, 12
dactylorhiza, 22
dagkoekoeksbloem, 6
dagpauwoog, 13
daslook, 6
distels, 6
distelvlinder, 12
distelvlinders, 12; 13
donkere ooievaarsbek, 6
dooiergele mestzwam, 6
dreissena polymorpha, 16
driehoeksmossel, 16
dwergvleermuis, 27
echte koekoeksbloem, 6; 18
echte valeriaan, 18
eendekroossoorten, 6
egelantier, 7
eikvaren, 6
elfenbankje, 5
els, 8
engels raaigras, 9
ereprijs, 4; 5
Floraplas, 18
gal, 6
gehakkelde aurelia, 12
geknikte vossestaart, 5
gele kamille, 5; 9
gele morgenster, 5
gestreepte witbol, 9
gevlekte dovenetel, 6
gevlekte scheerling, 5
gewone dotterbloem, 5
gewone ereprijs, 6
gewone oeverlibel, 12
gewoon biggenkruid, 5
glassnijder, 11
Glassnijder, 15
Gouwe, 27
grasmus, 6
griend, 21
groene kikker, 6
groenwitte spanner, 6
groot koolwitje, 12; 13
grote keverorchis, 5
grote lisdodde, 9
grote vossestaart, 4
grote watereppe, 7
grote weegbree, 10
grote zandkool, 5
grutto, 7
hazenpootje, 9
herik, 8
hoenderbeet, 8
Hoflaan, 5
Hofrust, 4
houtduif, 5
houtpantserjuffer, 8; 13
icarusblauwtje, 12; 13
ijsvogel, 13
ingesneden dovenetel, 8
jacobsvlinder, 5
jacobsvlinders, 7
kaal knopkruid, 8
kaardenbol, 9
kale inktzwam, 6
keizerkaars, 9
keizerlibel, 11; 12
kikkerbeet, 4
klaproos, 8
klein geaderd witje, 12
klein koolwitje, 12
klein kroos, 6
klein streepzaad, 9
kleine aardhommel, 12
kleine karekiet, 6
kleine klaver, 8
kleine veldkers, 4
kleine vos, 12
knopig helmkruid, 4
koekoek, 6
koninginnekruid, 6
kortmossoorten, 6
kruipende boterbloem, 4
kruiskruid, 6
kruldistel, 8
lantaarntje, 8
late guldenroede, 6
lathraea clandestina, 13
lestes viridis, 13
leverkruid, 6
libellula depressa, 11
lieveheersbeestje, 8
Locushout, 18
maniola jurtina, 12
mannetjesvaren, 6
margriet, 9
meerbloem, 20
meervleermuis, 26; 27
Meerzicht, 15
meldes, 5
moerasvergeet-mij-nietje, 7
moeraszegge, 6
Mondial, 10
Montreux, 10
muskuskruid, 14
muurplanten, 21
nachtegaal, 20
natuurtuin, 13
Natuurtuin, 21
Nieuwkoop, 27
oeverlibel, 11
oranjetip, 14
orchideeλn, 18
orpheusspotvogel, 11
orthetrum cancellatum, 11; 12
paarse dovenetel, 8
Palissanderhout, 18
pastinaak, 5
peen, 5; 9
pekanjer, 9
pieris napi, 12
pieris rapae, 12
pinksterbloem, 4; 6
platbuik, 11
platte rus, 8
polygonia c-album, 12
prachtschubwortel, 13
Prielenbos, 5
puntwederik, 6
radijs, 9
raigras, 10
raket, 8
ratelaar, 18
ray-grass, 10
ridderzuring, 6
rietorchis, 6
rietorchissen, 22
Rival, 10
Rokkeveen, 4
rood guichelheil, 8
roodkopvuurkever, 6
rugstreeppad, 15
russula, 6
rye-grass, 10
Schansbaan, 15
schapenzuring, 5
schijnaardbei, 5
sedumdak, 8
Seghwaert, 14
sint janskruid, 8
slanke sleutelbloem, 14
smalle weegbree, 9
snor, 6
spotvogel, 11
stammenril, 7
sterrenkroos, 6
Stompwijk, 7
straatgras, 10
struweelvorming, 7
timoteegras, 9
Titus, 10
tjiftjaf, 6
Tuijlpark, 15
turkse tortel, 5
Tuylpark, 8
vanessa atalanta, 12
varkensgras, 10
veldbeemdgras, 10
vezelkopje, 6
visdiefje, 8
vlier, 7
vogelkers, 6
volucella bombylans, 12
volucella pellucens, 12
volucella zonaria, 12
volucella zonaria poda, 12
vroegeling, 4
vuilboom, 6
vuurjuffer, 15
water sterrenkroos, 4
watergras, 7
watermunt, 6; 7; 8
watervleermuis, 27
weidehommel, 8; 12
Westerpark, 12; 13; 14; 15; 20
Westpunt, 24
wezel, 14
Wielewaal plan, 6
wilgen, 6
wimperzwam, 6
winterkoninkje, 6
witte krodde, 5; 8
witte waterlelie, 20
wolfspoot, 6; 8
zachte dravik, 4
zadelzwam, 5
Zadelzwam, 6
zeegroene rus, 8
zittende zannichellia, 8
zomereik, 6
zomertortel, 5
zomprus, 8
zuringen, 6
Zwaardslootseweg, 11
zwaluwtong, 8
zwarte mosterd, 8
zweefvliegen, 12